Tijdens het gesprek met C. Hinnen vroeg deze zich af in hoeverre de GMC zich bewust is van de kosten van haar wensen. Lakerlopen was duur. Hinnen was verbaasd te vernemen dat de GMC die kosten niet overweegt. Hij wist niet dat dit niet tot de taak van de commissie behoort. Gezien het misverstand lijkt het in eerste instantie zinnig eigenaars van grote projecten beter te informeren over de taak van de GMC. Echter, iedereen wordt geacht de wet te kennen. Dat geldt ook voor eigenaars van grote complexen. Die hebben blijkbaar voor de renovatieprojecten adviseurs in dienst die slecht op de hoogte zijn van het Nederlandse monumentenbeleid. Het lijkt daarom zinnig ook met andere woningbouwverenigingen eens over het behoud van cultuurhistorische waarden te gaan praten. Misschien is het onderwerp een goed thema voor ons symposium.

De gedachte leeft nu om de bepalingen uit de conceptverordening te doen gelden tot de waardenkaart en de bestemmingsplannen zijn opgesteld, resp. aangepast. Het opstellen van de gemeentelijke waardenkaart is geen taak van de GMC, maar van DSOB. Besloten wordt dat de voorzitter een brief zal schrijven aan B & W, met afschrift aan de GMC dat wij willen worden betrokken bij het opstellen van de kaart en dat er rekening mee moet worden gehouden dat de procedure veel tijd kan vergen i.v.m. eventuele bezwaren en procedures.

Het streven van de Stichting Wederopbouw Erfgoed is er op gericht dat het auditorium, het hoofdgebouw en het ketelhuis met de schoorsteen nog dit jaar op de gemeentelijke lijst worden geplaatst. De GMC heeft nog een aantal vragen t.a.v. de cultuurhistorische waarde van het hele complex en de rol van architectenbureau OD 205. De stichting werkt hieraan. Intussen is er op de TU/e een scheiding van
geesten ontstaan. Niet iedereen staat zonder meer achter de botte afwijzing van een monumentenstatus door het bestuur. Natuurlijk begrijpt zowel de stichting als de GMC dat de gebouwen binnen de universitaire wereld goed moeten kunnen functioneren.

De voorzitter gaat met de Dela praten over de inrichting van een kerk als columbarium.

Over de nieuwe monumenten op het Wilhelminaplein wordt de vraag gesteld of die helemaal op de lijst staan of alleen de voorgevels. Het laatste zou wettelijk niet mogelijk zijn. Wel zou kunnen worden bepaald dat het deel achter de voorgevel van zo weinig waarde (meer) is, dat gemakkelijk een monumentenvergunning kan worden afgegeven.

De panden van Vestide (onder meer de nrs. 10 en 12) worden geveild.

In de decembervergadering van 2005 kon melding worden gemaakt van de instemming van de wethouder en haar medewerker P. Nagel om het project Mathildelaan e.v. met de naam Philipsboulevard aan te duiden. Onze delegatie heeft er bij de wethouder op aangedrongen ons van de ontwikkelingen op de hoogte te houden. Sindsdien is niet meer vernomen. De voorzitter zal informeren.

Enkele leden van onze stichting zullen naar Krzeszewski gaan om te praten over de noodzakelijke zelfstandigheid van de GMC en over het onderhoud van monumenten (zowel bouwwerken als beelden).

Er wordt contact opgenomen met de boerderijenstichting om samen met hen de boerderij op Strabrecht in Heeze voor te dragen voor de Rijkslijst.